Page 10

RaboWijzer 2017 12

de meeste weerstand. Dat kost veel energie, maar levert ook veel energie op. Want je werkt samen met gepassioneerde en gedreven mensen.’ Omdat zijn businessmodel volledig afwijkt van wat in zijn sector gebruikelijk is, moet Bolle zijn verhaal vaak herhalen. Het betekent ook dat hij zijn organisatie anders heeft moeten inrichten (bijvoorbeeld: maximumwinstpercentage). Ook wat betreft regelgeving is het vaak de weg van de meeste weerstand. Want wetten zijn vrijwel altijd gebaseerd op de grootste gemene deler en gevestigde orde in een sector. Hoe zou de overheid ervoor kunnen zorgen dat er meer ondernemers zoals hij komen? Bolle gelooft niet zo in het stimuleren van innovatief ondernemerschap via bijvoorbeeld subsidies. ‘Wat beter werkt is het zwaarder belasten van onduurzaam gedrag.’ Overbezorgde ouder Volgens Annelies Huygen kan de overheid veel meer ruimte geven aan groene grensverleggers. In de energiemarkten, waar zij als hoogleraar aan de UvA (en bij TNO) in is gespecialiseerd, biedt dit grote kansen. Zeker nu de prijzen van duurzame energie heel snel zijn gedaald. Zo is de prijs van zonnestroom in een decennium gezakt van 50 naar 12 cent per kilowattuur. Nederland zou volgens Huygen koploper kunnen worden in duurzame en slimme lokale voorzieningen. De randvoorwaarden daarvoor zijn ideaal. ‘Wij zijn een dichtbevolkt land met fijnmazige infrastructuren. Wij hebben kennis over energie, we beschikken over een open energiesysteem en wij kunnen goed samenwerken.’ Ons land beschikt nu al over meer dan driehonderd lokale spelers in duurzame energie. Voor meer grensverleggers moet de wetgever in haar ogen wel meer ruimte scheppen voor experimenten en initiatieven. ‘De overheid gedraagt zich als een ouder die vindt dat zijn kinderen de wijde wereld moeten intrekken, maar stelt zo veel regels dat ze thuis blijven. Regelgeving schept te weinig ruimte. Plannen voor nieuwe businessmodellen stuiten op knellende regels die zijn gebaseerd op centrale energieproductie. Het belastingstelsel stimuleert grootverbruik van fossiele energie, terwijl het lokale duurzame energie het zwaarst belast. Ook dat remt vernieuwing.’ Circular challenge Ook financials kunnen eraan bijdragen dat er meer grensverleggers komen. Bijvoorbeeld door samenwerkingsverbanden aan te gaan. Zo heeft de Rabobank energiebedrijf Eneco geholpen bij de ontwikkeling van ZonneHub. Dat is een product waarbij particulieren kunnen investeren in zonneenergie op andermans dak. Dankzij een samenwerking met de Rabobank kon de horde van complexe wetgeving (postcoderoosregeling, verplichte coöperatie) worden genomen. De samenwerking bevalt goed. Rabobank en Eneco denken na over andere kansen, bijvoorbeeld in de vorm van financieringen van verduurzaming. Rabobank wil bedrijven ook verleiden om hun grenzen te verleggen in de circulaire economie. Dat is een nieuwe kijk op produceren, waarbij bedrijven streven naar een gesloten kringloop en zo veel mogelijk hergebruik van grondstoffen. Een grensverlegger is Interface, producent van tapijttegels. Dit bedrijf recyclet oud tapijt en verwerkt gebruikte visnetten als grondstof. Via een enquête en ‘challenges’ stimuleert de Rabobank bedrijven om kansen in de circulaire economie te grijpen. Dat biedt grote mogelijkheden. De Rabobank verwacht dat deze transitie meer dan 80.000 banen op kan leveren in Nederland. Dat hebben we niet zomaar voor elkaar. Daarvoor is een Deltaplan Circulaire Economie nodig, stelt een rapport van hoogleraar Jan Jonker en econoom Hans Stegeman. Fuji of Kodak Wat doorklinkt in alle rapporten over transitie naar een duurzamere economie is urgentie. Ruud Koornstra, voorzitter van duurzame ondernemersclub De Groene Zaak, hamert daar ook op. Volgens hem hebben we meer grensverleggers nodig. Bedrijven moe- Duurzaamheid blijft ook in de supermarkt moeilijk aan de man te brengen. 10


RaboWijzer 2017 12
To see the actual publication please follow the link above