Page 30

RaboWijzer 2017 12

ren en gedachten en dat je je niet uit het veld moet laten slaan door allerlei negatieve gedachten. Die woorden zijn mij altijd bijgebleven.’ ‘Nadat Peter en ik gestopt waren, stortte ik mij in allemaal nieuwe projecten. Mooie projecten met Peter Tuinman, Jeroen Krabbé en Olga Zuiderhoek. Niet de minsten in het vak, ‘Na dertien jaar stonden we weer samen op de planken’ Peter de Jong, mijn compagnon ‘Toen ik een burn-out kreeg, merkte ik pas goed dat wat ik met Peter had opgebouwd eigenlijk een soort huwelijk was. Het is een vriendschap, met de ergernissen van een huwelijk erbij. Je kent elkaar door en door. We hadden dagen dat we in een groef bleven hangen en dat we precies wisten wat de ander zou gaan zeggen. Het was heel vaak een strijd, maar ook een gevecht waarbij we steeds verder zijn gekomen. In 2003, met de nekhernia van Peter, stopten we onze samenwerking, maar uiteindelijk groeiden we toch weer naar elkaar toe en stapten we in 2015 weer het podium op. En het werkte nog steeds. Het geheim? Dwars door alles heen hebben we steeds alles uitgesproken. We zijn heel verschillend, zo wil ik na een voorstelling altijd meteen evalueren wat er misging, Peter is daar dan nog niet voor in. Toch zijn we nooit het podium opgegaan zonder de ergernis te hebben uitgesproken. Grappig, uiteindelijk hebben zelfs wij woorden nodig, zelfs na vijftig jaar repertoire zonder tekst.’ Nico de Rooij, mijn broer ‘Mijn vader Nico de Rooij was een van de grootste jazzpianisten van Nederland. Toen hij in 1959 op zijn 52e plotseling overleed, was ik elf jaar oud. Mijn vader deed altijd wat hij graag deed, zonder veel bezig te zijn met geld. Toen hij stierf, was er dan ook niks. Om brood op de plank te krijgen ging mijn moeder weer aan de slag als violiste in het West Nederlands Symphonie Orkest. Regelmatig speelde ik mee met mijn trombone of viool. Tijdens mijn conservatoriumopleiding kon je in die tijd alleen nog klassieke muziek studeren. Ik mocht mijn leraar, de trombonist Anne Bijlsma, de vader van de beroemde cellist, vervangen bij het Residentieorkest. Een geweldige kans, maar toch voelde het niet helemaal goed. Eigenlijk wilde ik iets anders met mijn muziek. Mijn broer Nico wees me op een advertentie van Tom Manders, beter bekend als Dorus, die op zoek was naar jong talent. Hoewel mijn broer zelf een serieuze carrière had in de klassieke muziek als concertpianist, zei hij dat ik mijn hart moest volgen en solliciteren. Dat was het begin van mijn carrière, in het jaar 1967. Van de vierhonderd jongelui die hadden gereageerd, bleven er tien over waaronder Peter de Jong en ik. Met dank aan mijn broer! Joop van den Ende, onze eerste producent ‘Clowns, slapstick, variété, cabaret, muziektheater ... Niemand weet precies hoe ze ons vak moeten noemen. In Rusland heetten we clowns, daar werden we als popsterren ontvangen, met cadeautjes en al bij de artiesteningang. Hier in Nederland had journalist Henk van der Meijden liefde voor ons genre, hij schreef in de Telegraaf over “Onze sterren in Rusland”. Dit zorgde ervoor dat de kassa bij Carré ging rinkelen en het daar volliep voor ons programma Sprakeloos. Uitverkocht was het, avond aan avond. Joop van den Ende was in die tijd de man aan het worden van de grote televisieshows, maar hij rook iets bij ons. Hij gaf ons in 1986 honderdduizend gulden om het programma Sprakeloos te maken. Het werd een hit en in alle kranten bejubeld. Het was voor ons én voor Joop een belangrijke doorbraak in onze carrières. Met Joop wonnen we een Zilveren Roos in Montreux met Het Concert. ‘Jongens, dit heb ik nog nooit meegemaakt, iedereen ziet grote kansen voor jullie in het buitenland, maar ik spreek geen woord buiten de grens’, kwam hij ons vertellen. We vermoeden dat hij ons als voetballers heeft doorverkocht aan de producent Van Liempt, die wel internationale connecties had. Dat hij 15 jaar later de allergrootste producent in de wereld werd, kon hij toen ook niet weten.’ maar het leverde ook de nodige stress op.’ Zo veel stress dat De Rooij in 2013 getroffen werd door een burn-out. ‘Ik weet nog goed dat ik op een ochtend in december 2012 Peter belde en vertelde dat ik er volkomen doorheen zat. Het werd een emotioneel gesprek, met tranen en al. Duidelijk werd weer eens dat we echte vrienden waren en elkaar door en door kenden. We werkten in de tussentijd al wel in allerlei projecten, maar dat gesprek was de eerste stap naar voorzichtige hereniging van het duo Mini & Maxi. Na dertien jaar stonden we twee jaar geleden weer samen op de planken.’ 30


RaboWijzer 2017 12
To see the actual publication please follow the link above