Page 38

RaboWijzer 2017 12

Jan des Bouvrie (1942) Jan des Bouvrie werd geboren in Naarden op 3 augustus 1942. Na zijn opleiding aan de Rietveldacademie en de Amsterdamse Kunstnijverheidschool ging hij in de ‘Goed Wonen’-zaak van zijn ouders aan het werk. Vervolgens richtte hij een eigen ontwerpstudio op, waar meubels, tafelzilver, stoffen en veel andere gebruiksvoorwerpen werden ontworpen. In 1993 ging de ontwerpstudio over van Bussum naar het oude wapen- en munitiedepot het Arsenaal te Naarden-Vesting. Op dit moment legt Des Bouvrie zich toe op het ontwerpen van huizen en totaalprojecten voor particulieren en bedrijven. Hij heeft verschillende boeken over ontwerpen en wonen gepubliceerd en geeft nog steeds lezingen en colleges, onder andere voor de lifestyleopleidingen aan de Jan des Bouvrie Academie in Deventer en in Amsterdam. Jan des Bouvrie heeft een zoon en dochter uit zijn eerste huwelijk: Jean Marc en Nicole. Uit zijn tweede huwelijk met Monique heeft hij ook een dochter en zoon: Bo en Jantje. ‘Het enige wat je hoeft te doen in je leven, is je goede energie doorgeven’ Aan het eind van de avond vroeg hij: “Hoeveel heb je nodig?” Zo werken die dingen, ik denk er niet eens bij na. Kortgeleden kreeg ik hier mensen binnen voor wie ik een huis mocht bouwen, leuke mensen, maar die kregen de financiering niet rond. We hebben een ontwerp gemaakt waarmee we naar de bank zijn gegaan; de financiering was in no time geregeld. Het werd duidelijk dat ze serieus met mij aan de slag waren, bij de bank dachten ze: dat komt wel goed.’ Zaken en privé lopen bij de ontwerper altijd door elkaar. Begin jaren negentig zat hij in Glamourland, het befaamde televisieprogramma waarbij Gert-Jan Dröge allemaal chique feestjes bezocht. Als Des Bouvrie in beeld kwam, klonk steevast een opgewekt: ‘Hallo. Daar zíjn we weer!’, iets wat velen zich nog goed kunnen herinneren. Des Bouvrie: ‘Dat zinnetje heb ik zelf bedacht. Ik genoot van die avonden, of het nu wel of niet goed was voor de business, daar dacht ik niet eens over na. Trouwens, ik heb alleen maar leuke klanten.’ Doorgeven Nu hij ouder is, gaat het in het leven van de ontwerper steeds meer over doorgeven: ‘Het enige wat je hoeft te doen in je leven, is je goede energie doorgeven. Die wordt weer opgepakt en meegenomen door anderen. Gisteren gaf ik een lezing op een van de twee Jan des Bouvrie-designopleidingen, daar vroeg ik de eerstejaarsstudenten of ze ontwerpers kenden van voor de oorlog. Iedere ontwerper heeft een leermeester, een groot voorbeeld. Voor mij waren dat Le Corbusier en Rietveld. Die kenden de studenten niet. Ik vertelde ze dat ik op de kunstnijverheidsschool nog les heb gehad van Jan Rietveld, de zoon van Gerrit. Op een keer leverde ik een tekening bij hem in van een kinderkamer, die hij aandachtig bekeek. Hij zei: ‘Fantastisch, maar als je alles weglaat, ziet het er een stuk beter uit.’ Dat was de beste les die ik ooit heb gehad. Studenten moeten naar tentoonstellingen, oude en jonge kunst zien. Daar kun je herkennen hoe Berlage aandacht had voor de details, hoe Rietveld het hele denken over vormgeving op zijn kop zette en hoe Mondriaan zijn Boogy Woogy heeft gemaakt met allemaal plakkertjes. Daardoor krijg je gevoel voor vorm, sfeer en materiaal. Juist ouders moeten hun jonge kinderen meenemen naar musea. Kinderen zien veel meer dan je denkt. Na een museumbezoek gaan ze hun eigen kamer ontwerpen.’ Het gaat goed met de ontwerper, ook met zijn belangrijkste bezit, zijn gezondheid: ‘Vanaf je zestigste beginnen de zeertjes en krijg je een pilletje voor het een en ander. Mijn vrouw Monique heeft dat ook aan de hand gehad. Het is goed dat je meteen optreedt als er iets is, direct in de basis aanpakken.’ Ook zakelijk heeft de ontwerper geen klagen. ‘Al gaat het economisch goed met dit land, ik moet zeggen dat ik nog nooit een tijd heb meegemaakt die zo onzeker aanvoelt als nu. Klanten die een schuilkelder onder de grond bouwen of een tweede huis in Canada en Australië kopen, het gebeurt nu. Als oorlogskind voel ik de onrust. Toch handel ik daar niet naar want ik heb er geen invloed op. Dus ik leef gewoon door. Kortgeleden was ik met vrienden in Londen, waar een vrouw klaagde dat ze Parijs veel leuker vond. Ik zeg in dat soort gevallen: “Ik vind ’t het leukst waar ik ben.’” Het is deze positieve inslag die hij tot het einde wil vasthouden: ‘Zoals de ontwerper Ettore Sottsass, die op zijn negentigste dood in zijn bed werd gevonden met in zijn hand een papiertje met een tekeningetje voor een nieuw ontwerp. Zo wil ik ook worden gevonden.’ 38


RaboWijzer 2017 12
To see the actual publication please follow the link above